
Ioniserende straling is een soort energie die sterk gebonden elektronen uit atomen kan verwijderen, waardoor ionen ontstaan. Dit betekent dat ioniserende straling het DNA in cellen kan beschadigen, wat tot kanker kan leiden. Ioniserende straling omvat:
- Röntgenfoto's
- Gammastraling
- Ultraviolette (UV) straling
- Alfadeeltjes
- Bètadeeltjes
2. Niet-ioniserende straling
Niet-ioniserende straling heeft niet genoeg energie om elektronen uit atomen te verwijderen, maar kan toch schade aan cellen veroorzaken. Deze schade kan het risico op kanker vergroten. Niet-ioniserende straling omvat:
- Magnetrons
- Radiofrequente (RF) straling
- Zichtbaar licht
Hier zijn enkele veelvoorkomende bronnen van ioniserende straling:
- Medische beeldvormingsprocedures, zoals röntgenfoto's en CT-scans
- Radongas, een radioactief gas dat in de grond wordt aangetroffen
- Ultraviolette (UV) straling van de zon
- Kerncentrales
- Kankerbestralingstherapie
Hier zijn enkele veelvoorkomende bronnen van niet-ioniserende straling:
- Magnetrons, zoals die gebruikt worden in magnetrons
- Radiofrequente (RF) straling, zoals gebruikt in mobiele telefoons
- Zichtbaar licht, zoals dat van de zon en gloeilampen
Welke toepassingen komen voort uit de ontdekking van radioactiviteit?
Hoe wordt stereotactische bestralingstherapie gebruikt om akoestisch neuroom te behandelen?
Welke kankersoorten werden behandeld met polonium en radium?
Wat is de gemiddelde jaarlijkse dosis stralingsblootstelling van werknemers?
Hoe werken chemotherapie en bestralingstherapie als behandelingen voor kanker?
Gezondheid en Ziekte © https://www.gezond.win